promo

Voorstel nieuw Europees Kaderprogramma Research en Innovatie Horizon 2020

De Europese Commissie (EC) bracht op 30 november haar voorstel naar buiten voor een nieuw Kaderprogramma voor Research en Innovatie: Horizon 2020. Dit programma loopt van 2014 tot 2021 met een budget van ruim 80 miljard euro. Het voorstel wordt voorgelegd aan de Raad en het Europees Parlement en definitieve besluiten zullen in 2013 vallen.
U kunt het voorstel vinden op de website van de EC.

Nieuwe aspecten
In Horizon 2020 worden het Kaderprogramma voor Onderzoek en Technologische Ontwikkeling (nu bekend als KP7), het Europees Instituut voor Innovatie en Technologie (EIT) en de innovatiegerelateerde onderdelen uit het Concurrentiekracht en Innovatieprogramma (CIP) samengevoegd tot één programma. Het programma richt zich op 3 pijlers:
Versterking van de excellente kennisbasis, versterking van de concurrentiekracht en aanpak van maatschappelijke uitdagingen. Onderzoek en innovatie worden geïntegreerd gestimuleerd van idee tot markttoepassing en de regels worden vereenvoudigd.

Opbouw Horizon 2020
1. Excellente Kennisbasis (27,8 miljard euro)
Versterking van de kwaliteit (excellentie) van de Europese kennisbasis door:

  1. De Europese Onderzoeksraad (ERC), ter ondersteuning van vrij en ongebonden onderzoek van de beste onderzoekers;
  2. Gezamenlijk onderzoek naar veelbelovende toekomstige en opkomende technologieën;
  3. Marie Curie acties, ter bevordering van de opleiding en de mobiliteit van onderzoekers;
  4. Onderzoeksfaciliteiten die toegankelijk zijn voor alle onderzoekers in Europa en daarbuiten.


2. Industrieel Leiderschap (20,3 miljard euro)
Versnelling van de ontwikkeling van technologie en innovatie, die het fundament vormen voor de concurrentiekracht van het Europese bedrijfsleven door:

Leiderschap in sleutel- en industriële technologieën, zoals ICT, nanotechnologie, materialen, biotechnologie, productieprocessen en ruimtevaart
Toegang tot risicokapitaal
Ondersteuning voor het innovatieve mkb

3. Maatschappelijke uitdagingen (35,9 miljard euro)
Dit onderdeel richt zich op 6 grote maatschappelijke uitdagingen.

  1. Gezondheid, demografische veranderingen en welzijn
  2. Voedselzekerheid, duurzame landbouw en de bio-economie
  3. Veilige, schone en efficiënte energie
  4. Slim, groen en geïntegreerd transport
  5. Klimaatactie, een efficiënt gebruik van hulpbronnen, grondstoffen
  6. Een inclusieve, innovatieve en veilige maatschappij

Overige programma’s binnen Horizon 2020

Vanuit Horizon 2020 worden ook gefinancierd:

  1. Het Europees Instituut voor Innovatie en Technologie (EIT)
  2. Het EIT zal een belangrijke rol vervullen bij het integreren van de kennisdriehoek van onderwijs, onderzoek en innovatie. Het aantal kennis- en innovatiegemeenschappen van het EIT wordt vergroot.
  3. Het gemeenschappelijk onderzoekscentrum (JRC)
  4. Het JRC is het eigen onderzoekscentrum van de Europese Commissie en doet onderzoek ter ondersteuning van het beleid van de Unie
  5. Onderzoek en innovatie op het terrein van kernfusie-onderzoek en kernenergie zoals voorzien in het Euratom verdrag.

Vereenvoudiging en management
Horizon 2020 wordt vereenvoudigd ten opzichte van de eerdere programma’s om zo de beste onderzoekers en de meest innovatieve bedrijven aan te trekken. De volgende maatregelen worden voorgesteld:
- Eén set van deelnameregels voor alle onderdelen van Horizon 2020, met zo veel mogelijk gelijkluidende regels rond financiering, evaluatie en intellectueel eigendom;
- Eenvoudiger financieringsregels waarbij meer gebruik gemaakt zal worden van forfaitaire bedragen, lump sums of beurzen (nb: de mogelijkheid actual indirect cost vervalt);
- Snellere en meer op vertrouwen gebaseerde afhandeling van afgesloten projecten met minder controledruk
- Eén gebruiksvriendelijk IT-platform (e-H2020) als loketfunctie voor deelnemers.

De Commissie wil een groter deel van haar werk extern plaatsen. De uitvoerende agentschappen worden versterkt en mogelijk tot verdere specialisatie aangezet.
Ook worden de partnerschappen in het kader van artikel 185 en artikel 187 (de gezamenlijke technologie-initiatieven) gecontinueerd.
Versterkte deelname van MKB

De Commissie wil een grotere deelname van mkbs. Ongeveer 15% van het totale budget van de onderdelen ‘maatschappelijke uitdagingen’ en ‘leiderschap in sleutel- en industriële technologieën’ gaat naar het mkb. Vereenvoudiging van administratieve lasten, één loket, en het beter beschikbaar maken van risicokapitaal juist voor het mkb samen met de grotere nadruk van het hele programma op innovatie moet hieraan bijdragen. Daarnaast komen er 2 specifieke mkb-instrumenten:

1. Een nieuw mkb-instrument dat voortbouwt op het SBIR-model. Dit instrument moet toegankelijk zijn voor alle mkb-bedrijven die met innovatieve oplossingen komen ongeacht of deze high tech, onderzoeksgedreven, sociaal-innovatief of gericht op innovatie van diensten zijn. Financiering wordt in verschillende fasen verdeeld: een haalbaarheidsfase, een uitvoeringsfase en vervolgondersteuning.
2. Een vervolg van het al bestaande Eurostars, het mkb-programma dat wordt uitgevoerd in partnerschap met de lidstaten en het Eureka-netwerk.
Het verspreiden van excellentie en verbreding van deelname

Horizon 2020 zal gebaseerd blijven op het bevorderen van excellentie. Financiering van onderzoek zal dus ook in de toekomst alleen beschikbaar zijn voor de beste onderzoekers en de meest innovatieve bedrijven. Om een ‘stairway to excellence’ te bouwen kondigt de EC een betere aansluiting aan met het cohesiebeleid. Ondersteuning van regio’s om onderzoek- en innovatiecapaciteit op te bouwen zal vanuit het cohesiebeleid plaats vinden.

 
Innovatiefonds MKB+

Voor startende, innovatieve en snelgroeiende MKB-ondernemers kan het lastig zijn om voldoende financiering te krijgen. Het kabinet is op 1 januari 2012 gestart met het innovatiefonds MKB+ om ondernemers en investeerders te helpen goede plannen te financieren.
De focus ligt op de fase waarin kennis wordt omgezet in een eindproduct (van kennis naar kassa). De nieuwe opzet past bij de ambitie om overheidsmiddelen zo effectief en efficiënt mogelijk in te zetten. Het kabinet heeft het innovatiefonds samen met bedrijven, brancheorganisaties en financiers ingericht.
Het innovatiefonds MKB+ is op 1 januari 2012 gestart. In de periode tot en met 2015 is voor het fonds ruim € 500 miljoen beschikbaar.

Onderdelen innovatiefonds MKB+
Het innovatiefonds MKB+ bestaat uit 3 onderdelen:

1) Innovatiekrediet voor innovatieve ondernemers
Het innovatiekrediet is een lening die aan bedrijven wordt verstrekt voor innovatieve projecten. De ontwikkeling van nieuwe producten, diensten en processen is duur. En meestal is vooraf niet bekend of het eindresultaat wel oplevert wat het bedrijf verwacht. Om in aanmerking te komen voor dit innovatiekrediet moeten bedrijven ook andere financierings-bronnen aanboren. Een andere voorwaarde is dat een bedrijf zijn leningen terugbetaalt als de innovatie succesvol op de markt is gebracht. Dit geld wordt weer gebruikt voor nieuwe innovatieve projecten. Als het project tijdens de ontwikkelingsfase mislukt, dan wordt het krediet omgezet in een subsidie.
Het budget van het innovatiekrediet in 2012 bedraagt € 95 miljoen. Dit is een verdubbeling ten opzichte van 2011. Ook kunnen bedrijven die groter zijn dan het midden- en kleinbedrijf vanaf 2012 gebruikmaken van het krediet. Daarnaast kunnen bedrijven al vanaf € 150.000 een innovatiekrediet aanvragen. Het minimumbedrag was € 300.000.

2) SEED Capital-regeling voor technostarters en creatieve industrie
Via de SEED Capital-regeling verstrekt de overheid kapitaal aan investeringsfondsen die met risicokapitaal investeren in innovatieve ondernemers op technologisch en creatief gebied. Het investeringsbedrag van een fonds wordt door deze regeling verdubbeld. Ondernemers kunnen vervolgens bij deze fondsen terecht voor financiering. De fondsen bepalen ieder voor zich de voorwaarden om voor financiering in aanmerking te komen. Voor de SEED Capital-regeling is in 2012 € 20 miljoen beschikbaar.

3) Fund-of-funds voor snelgroeiende innovatieve bedrijven
Dit initiatief is gericht op snelgroeiende innovatieve bedrijven. Ook hierbij gaat het om financiering met risicokapitaal via investeringsfondsen. Het kabinet wil hiervoor eenmalig € 100 miljoen beschikbaar stellen. Dit onderdeel van het innovatiefonds MKB+ wordt nog verder uitgewerkt.

Innovatie Prestatie Contracten (IPC 2012)
Bedrijven kunnen ook gebruik blijven maken van de Innovatie Prestatie Contracten (IPC). Deze regeling is opgezet om innovatie en samenwerking binnen het midden- en kleinbedrijf (MKB) te stimuleren. De IPC is aangepast en verruimd. Sinds 1 april 2011 kunnen MKB-bedrijven gebruik maken van de nieuwe IPC-regeling.

Topconsortia voor Kennis en Innovatie
Het kabinet vraagt partijen nu in de innovatiecontracten voorstellen te ontwikkelen voor Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI’s). In deze consortia werken verschillende partijen samen aan onderzoeken en manieren om innovaties op de markt te brengen. TKI’s zijn gekoppeld aan de topsectoren. Door de Innovatie Prestatie Contracten af te stemmen op deze consortia wordt het MKB meer betrokken bij de samenwerkingsverbanden.

 
WBSO, RDA & Innovatiebox vormen een optimale combinatie

Met de introductie van de Research en Development Aftrek (RDA) in 2012 heeft staatssecretaris Weekers van Financiën de laatste hand gelegd aan het vervolmaken van de ”optimale combinatie” aan fiscale maatregelen voor bedrijven die investeren in de ontwikkeling van vernieuwende producten en diensten.
Met de introductie van de RDA creëert Nederland een sterk en compleet pakket van fiscale maatregelen om R&D-activiteiten van bedrijven in Nederland te stimuleren:
- de R&D loonkosten via de WBSO;
- de overige R&D kosten via de RDA/RDA+;
- de innovatiewinsten via de Innovatiebox.

Deze fiscale maatregelen tezamen vormen een sterk en compleet fiscaal innovatiepakket dat R&D-investeringen verder aanjaagt en het vestigingsklimaat verder versterkt. Omdat naar verwachting de arbeidsmarktontwikkeling voor kenniswerkers tendeert naar schaarste, is het wenselijk om niet alleen loonkosten die betrekking hebben op R&D fiscaal te stimuleren. Door ook de daarbij behorende kosten en uitgaven in overweging te nemen worden investeringen in R&D-kapitaal en R&D-arbeid evenwichtiger behandeld.

Staatssecretaris Weekers: ”De RDA was de missing link in onze fiscale regelingen. Naast de innovatiebox voor innovatiewinst en de afdrachtvermindering voor personeelskosten voor onderzoekers, geldt hiermee ook een faciliteit voor overige innovatiekosten. Met deze maatregel geeft het kabinet vorm aan de nieuwe koers in het bedrijfslevenbeleid waarbij 9 topsectoren centraal staan. Naast minder belasting voor vernieuwende ondernemers komt er veel meer durfkapitaal voorhanden voor starters en snelle groeiers. Uitgangspunt van het nieuwe beleid is dat niet meer wordt gestuurd met regels en subsidies, maar dat Nederlandse bedrijven de ruimte krijgen om te ondernemen, te investeren, te innoveren en te exporteren.”
Minister Verhagen:
”Deze maatregel geeft het bedrijfsleven nog meer vrijheid voor het ontwikkelen van innovatieve producten. De RDA zal bedrijven over de streep trekken om veel meer te investeren in de zoektocht naar nieuwe producten en diensten. Op die manier versterken we het groeivermogen van onze economie.”

 
Meer geld voor ORIO en nieuw Fonds opkomende markten

Het ministerie van Buitenlandse Zaken gaat het budget voor bedrijfsinvesteringen in ontwikkelingslanden verhogen van € 600 miljoen naar € 900 miljoen. Een deel daarvan is bestemd voor de Faciliteit ontwikkelingsrelevante infrastructuurontwikkeling (ORIO) en voor een nieuw op te zetten Fonds opkomende markten (FOM-OS). Dat is bekendgemaakt tijdens de conferentie 'Ontwikkelingssamenwerking in bedrijf' van de ministeries van Buitenlandse Zaken en EL&I en werkgeversorganisatie VNO-NCW. Onderdeel van de verhoging is een budget van € 275 miljoen om de komende vijf jaar samen met Nederlandse bedrijven de voedselveiligheid en het watermanagement in ontwikkelingslanden te verbeteren. Het geld voor deze publiek-private samenwerking komt uit het eigen budget voor Ontwikkelingssamenwerking.

FOM en ORIO
Knapen zet ook een fonds van € 55 miljoen op voor mkb-ondernemingen die in ontwikkelingslanden willen investeren (het zogenaamde nieuwe Fonds opkomende markten). Het fonds moet bijdragen aan vergroting van de zelfredzaamheid van de landen. Verder komt er een pilot met vouchers voor het mkb om het bedrijfsleven te stimuleren meer maatschappelijk verantwoord te ondernemen in ontwikkelingslanden.
Tot slot wordt het budget voor de Faciliteit ontwikkelingsrelevante infrastructuurontwikkeling (ORIO) met € 40 miljoen verhoogd naar € 180 miljoen en wordt de aanvraagprocedure eenvoudiger door in de aanbesteding zowel het ontwerp als de bouw en exploitatie van wegen en bruggen te combineren.

 
Investeringen in duurzame vistuigen 2011

Bent u eigenaar van een visservaartuig dat 5 jaar of ouder is? Staat u ingeschreven in het visserijregister? Wilt u overstappen op meer duurzame vistechnieken? U kunt subsidie krijgen als u investeert in het omschakelen van de visserij met de boomkor naar visserij met een hydrorig of sumwing. Ook kunt u subsidie krijgen als u investeert in jig-installaties of in de uitrusting voor de krabbenvisserij.

Waarom subsidie
Modernisering is nodig om ook op langere termijn perspectief te houden voor uw onderneming. Er zijn belangrijke motieven om over te stappen op meer duurzame vistechnieken. Zo zijn deze vistechnieken efficiënter en veel selectiever bij het vangen van de vissoort. De Staatssecretaris heeft daarom besloten om subsidie te geven voor meer duurzame vistechnieken. Dit als alternatief voor de traditionele boomkorvisserij.

Waarvoor subsidie
Deze subsidie is bedoeld voor het moderniseren van vissersvaartuigen door over te stappen op meer duurzame vistechnieken. U kunt alleen subsidie krijgen voor de hydrorig, de sumwing, jig-installaties of voor de uitrusting voor de krabbenvisserij. Voor investeringen in de pulstechniek kunt u geen subsidie krijgen. Deze vistechniek is namelijk in Europa nog niet toegestaan.

De volgende voorwaarden gelden:
- Uw vissersvaartuig staat geregistreerd in het Nederlands Visserijregister
- Uw vissersvaartuig is op het moment van het aanvragen van de subsidie 5 jaar of ouder.
- U heeft vanaf 1 januari 2007 inclusief deze aanvraag niet meer dan twee keer subsidie uit het Europees Visserijfonds gekregen voor het vervangen van vistuig dat selectiever is in het vangen van de vissoort.
- U heeft vanaf 1 januari 2007 inclusief deze aanvraag niet meer financiële steun gekregen dan een kwart van de nieuwwaarde van het betreffende vissersvaartuig.
- De investering waarvoor u subsidie krijgt is binnen twaalf maanden na de datum van subsidieverlening afgerond.
- De investering leidt niet tot een vergroting van de vangstcapaciteit.

Hoeveel subsidie
In 2011 stelt het ministerie van EL&I € 2 miljoen beschikbaar voor de subsidie Investeringen in Duurzame Vistuigen. Een deel van het budget komt van het Europees Visserijfonds (EVF).

U kunt subsidie krijgen voor:
- investeringen in de omschakeling van de visserij met de boomkor naar visserij met de hydrorig of sumwing
- investeringen in jig-installaties
- investeringen in de uitrusting voor de krabbenvisserij

Het gaat om:
- de kosten voor het aanschaffen van de apparatuur
- alle werkzaamheden die nodig zijn om te installeren
- alle werkzaamheden die nodig zijn om het vissersvaartuig aan te passen.

Het gaat altijd om de kosten exclusief btw.

Hoeveel subsidie per aanvraag
- U krijgt maximaal 40% van de kosten vergoed die onder de subsidie vallen.
- U kunt maximaal  € 1 miljoen per aanvraag krijgen.

Wanneer aanvragen
U kunt deze subsidie aanvragen van 1 november 2011 tot en met 30 november 2011.

Rangschikking
Wij verdelen het budget op volgorde van ontvangst van de aanvragen. Wordt het budget overschreden, dan wordt er geloot onder alle aanvragen die binnen zijn gekomen op de dag van overschrijding. De uitslag van de loting bepaalt de volgorde van de afhandeling. Is het budget op, dan keuren wij geen aanvragen meer goed. Daarom is het belangrijk dat u uw aanvraag zo snel mogelijk en volledig opstuurt. Uw aanvraag komt in aanmerking voor behandeling vanaf het moment dat uw aanvraag volledig is. Het tijdstip van de dag waarop u uw aanvraag verstuurt is niet belangrijk.

 
<< Start < Vorige 1 2 3 Volgende > Einde >>

Pagina 1 van 3